De droomstart van Dijon: is het sprookje te mooi om waar te zijn?

D

Dat PSG na vier speeldagen bovenaan in de Ligue 1 staat, mag geen verrassing heten. Op nummer twee staat echter een bijzonder clubje: FCO Dijon. Wat is het geheim achter deze ploeg? En vooral: is dit houdbaar?

FCO Dijon, of Dijon Football Côte-d’Or zoals de club voluit heet, heeft een lange historie, die zo’n 115 jaar terug gaat. Na een serie van fusies en naamsveranderingen werd de club zoals we die nu kennen in 1998 opgericht als samensmelting van twee amateurclubs uit de stad; Cercle Sportif Laïque Dijonnais en Dijon FC. Slechts enkele jaren later wierp deze fusie al haar vruchten af. In 2004 wist de club te promoveren naar de Ligue 2, waardoor voor het eerst professioneel voetbal gespeeld werd in Dijon. Grote namen zoals Pierre-Emerick Aubameyang (op huurbasis in 2008-2009) en Champions League-winnaar Yoann Gourcuff (dit seizoen actief) wisten sindsdien de weg naar de mosterdstad te vinden.

In de eerste twee jaar op tweede niveau was de club dichtbij promotie naar de Ligue 1, maar een vierde en een vijfde plaats in de competitie waren net niet genoeg. Na een aantal jaar weg te zijn geweest uit de top van de Ligue 2 werd in 2010-2011 middels een derde plaats in de competitie toch voor het eerst het hoogste Franse niveau bereikt. Dit bleek helaas geen onverdeeld succes en ondanks een aantal fraaie uitschieters, tegen onder andere de kampioen van destijds Montpellier, wist Dijon zich niet te handhaven in de Ligue 1.

Na die degradatie nam de huidige trainer, Olivier Dall’Oglio, het roer over. Hij wist Dijon stap voor stap terug te brengen naar de hoogste klasse. De oud-speler van onder meer Stade Rennes en RC Strasbourg wist, ondanks een teruglopend budget, ieder seizoen een betere prestatie neer te zetten in de Ligue 2. Uiteindelijk dwong Dijon in 2015-2016 opnieuw promotie af. Ook in de Ligue 1 werd de stijgende lijn voortgezet: na een zestiende plaats in 2016-2017 eindigde de club in het afgelopen seizoen op de elfde plaats in de competitie. Dit jaar lijkt de club zelfs uitzicht te hebben op meer.

Droomstart 2018-2019
Dit seizoen is de club met negen punten uit de eerste vier wedstrijden en een doelsaldo van acht doelpunten voor en slechts drie tegen verrassend sterk begonnen. Dijon staat keurig tweede achter het oppermachtige PSG. OGC Nice, dat vorig jaar Ajax nog over twee wedstrijden versloeg in de voorronde van de Champions League, werd met maar liefst 0-4 aan de kant gezet.

Dijon heeft in zijn selectie een mooie mix van jeugd en ervaring. Ten opzichte van het afgelopen seizoen is de ploeg op verschillende plaatsen versterkt. De kracht lijkt vooral uit het collectief te komen, maar er zijn een aantal sterkhouders die opvallen.

Versterkt tussen de palen
Achterin heeft Dijon zich dit seizoen versterkt met keeper Rúnar Alex Rúnarsson, die overkwam van het Deense FC Nordsjaelland. De 23-jarige doelman werd gehaald als vervanger van de naar Toulouse vertrokken Baptiste Reynet, die vorig jaar alle competitiewedstrijden keepte voor Dijon. Rúnarsson was vorig seizoen speler van het jaar bij FC Nordsjaelland en mocht zijn debuut maken voor het nationale team van IJsland. Hij behoorde ook tot de WK-selectie, maar keepte geen minuut in Rusland. In zijn eerste vier officiële wedstrijden voor Dijon keepte hij de volle 360 minuten. Hij hield daarin al twee keer ‘de nul’, wat Reynet vorig jaar slechts vijf keer lukte gedurende het seizoen.

Opbouw van achteruit
Dat is natuurlijk niet alleen op het conto van de keeper te schrijven. Een andere sterkhouder van dit Dijon is Valentin Rosier. Deze multifunctionele speler (hij kan op beide backposities uit de voeten, maar ook op het middenveld) werd in 2016, op 18-jarige leeftijd, opgepikt bij derdedivisionist Rodez AF en is sinds vorig seizoen een vaste waarde in de ploeg van Dall’Oglio.

Rosier zorgt van achteruit voor veel aanvallende impulsen en stoomt regelmatig op langs de zijlijn. Met twee assists in de eerste vier duels is hij tot nu toe, samen met Naim Sliti, de meest succesvolle aangever in het team. Deze twee assists zijn niet enorm toevallig: uit de data blijken Rosiers passes goed voor 1,29 xA (expected assists: het aantal assists dat we op basis van de passkwaliteit mogen verwachten).

Niet alleen als aangever is Rosier van waarde. Ook in de eerdere fases van de opbouw is hij buitengewoon belangrijk voor het team in de opbouw: zijn xGBuildup is 1,75. Kort gezegd: hij draagt bij aan aanvallen, die samen een waarde van 1,75 goal hebben. Vergeleken met het afgelopen seizoen heeft hij hierin een enorme sprong gemaakt. Vooral de xGBuildup per 90 minuten is voorlopig een stuk beter dan het afgelopen seizoen. Rosier staat hiermee niet direct in de schijnwerpers, maar is op de achtergrond belangrijk in de opbouw en voor het scorende vermogen van het team.

Een ervaren spits
De aanvaller die tot dusver het meest in het oog springt, met drie belangrijke goals in de eerste twee wedstrijden, is aanvaller Julio Tavares. De Kaapverdiaanse spits, die sinds 2012 voor Dijon speelt, is inmiddels uitgegroeid tot Dijons topscorer aller tijden. Tavares heeft in de eerste vier wedstrijden een hoge xG (op basis van zijn schoten verwachten we 2,24 goal, vrij dicht bij zijn daadwerkelijke aantal) en daarnaast een hoge xGChain (3,15), wat betekent dat hij ook een belangrijk aandeel kan hebben in de opbouw. Door de diepgang in zijn spel kan hij vanuit het niets voor gevaar zorgen en hiermee is hij duidelijk één van de gevaarlijkste spelers aan de kant van Dijon. In bovenstaande afbeelding zien we dat de geslepen spits bijna uitsluitend van binnen het strafschopgebied schiet. Hij kiest goede schotlocaties, wat betekent dat zijn hoge doelpuntgemiddelde redelijk houdbaar lijkt.

Uit beelden blijkt dat hij zowel met zijn linkerbeen, rechterbeen als met zijn hoofd scoort, een bijkomende kwaliteit. Dit seizoen lijkt Tavares extra scherp uit de startblokken te zijn gekomen. Zoals je ziet in de onderstaande afbeelding: vergeleken met afgelopen seizoenen is zijn xG, xA en bijdrage aan de opbouw een stuk hoger. Kortom: Tavares lijkt in vorm en klaar om dit seizoen met Dijon te verrassen in de Franse Ligue 1.

Pinchhitter
Wanneer het even niet loopt, beschikt Dall’Oglio over een extra wapen om in te brengen. De 20-jarige Guinese aanvaller Jules Keita werd aan het begin van dit seizoen transfervrij binnengehaald en blijkt een gouden greep van Dijon. Keita mocht, als invaller, tot nu toe 56 minuten maken dit seizoen en bleek vooral in de wedstrijd tegen Nice goud waard. Hij wist tweemaal te scoren en gaf daarnaast nog een assist. Hierdoor wist Dijon de wedstrijd om te buigen en uiteindelijk met 0-4 te winnen. Dit wijst voorlopig op een goed wapen voor Dall’Oglio, al zijn 56 minuten erg weinig om definitieve conclusies te trekken.

Verdedigend
Zoals we in de analyse van Rosier en Rúnarsson al zagen: de verdediging van Dijon staat dit seizoen erg goed. Een belangrijke factor hierin is dat Dijon de tegenstander ver van het eigen doel weet te houden en hierdoor minder gevaarlijke kansen hoeft toe te staan.

Kijkende naar de Expected Goals Against (xGA), het verwacht aantal doelpunten dat de tegenstander zou moeten hebben gescoord op basis van hun schoten, zou Dijon al vier tot vijf keer (4.53 xGA) hebben moeten vissen dit seizoen. Geen enorm verschil, maar het geeft wel aan dat Dijon iets overpresteert.

Verdedigende statistieken Dijon

Wat vooral opvalt aan de schoten die Dijon moet incasseren, is dat Dijon de tegenstander dit seizoen tot dusver ver van het doel weet te houden. Dit is cruciaal: hoe verder van het doel, hoe lastiger het schot, hoe kleiner de kans op een tegengoal. Het team kreeg pas één schot tegen binnen het vijfmetergebied en het merendeel van de overige schoten kwam van buiten het strafschopgebied. Dit is een flinke verbetering ten opzichte van het vorige seizoen, waarin een hoger percentage van alle schoten op het doel van Dijon werd gelost van binnen de 16 meter. Dit verschil wordt direct doorvertaald naar het xGa/Sh en xGA/90, die beide in 2018/2019 een stuk lager liggen dan het afgelopen seizoen.

De bovenstaande cijfers laten zien dat de verdediging van Dijon een groot aandeel heeft in het missen van de kansen van de tegenstander. Er worden niet alleen minder schoten gelost per 90 minuten, de tegenstander wordt ook gedwongen door de verdediging om van grote afstand of vanuit een moeilijke positie op doel te schieten. Als Dijon dit weet vast te houden, behoort een plek in het linkerrijtje zeker tot de mogelijkheden.

Aanvallend
De aanval van Dijon loopt dit seizoen erg goed: in vier wedstrijden werd al acht keer het net gevonden en vooral in de eindfase van de wedstrijd liet de aanval het niet afweten.

Dijon weet dit seizoen per 90 minuten ongeveer hetzelfde aantal schoten te produceren als in het vorige seizoen. Deze schoten zijn echter, gemiddeld gezien, van een hogere kwaliteit. Dit komt onder andere doordat er relatief veel schoten worden gelost van binnen het vijfmetergebied van de tegenstander. Verder wordt er vanuit alle schotzones een betere xG/schot (in onderstaande tabel xg/Sh) behaald dan vorig seizoen. Met andere woorden; de aanvallers komen in een betere positie aan schieten toe en de kans om te scoren is hierdoor een stuk hoger dan het afgelopen seizoen.

Aanvallende statistieken Dijon

Wat opvalt aan het aanvalsspel van Dijon, is dat vooral in het laatste gedeelte van de wedstrijd, vanaf de 60e minuut, de meeste kansen worden gecreëerd. Ook lijken de kansen in deze periode van de wedstrijd van een hogere kwaliteit dan in eerdere fasen. Een verklaring is dat er in deze periode van de wedstrijd door de tegenstander geprobeerd wordt om nog iets te forceren. Ook in de wedstrijd tegen Nice werd bij een ruime voorsprong nog vrij veel gecreëerd in het laatste deel van de wedstrijd, mogelijk doordat de tegenstander bij een achterstand meer naar voren gaat spelen. Hierdoor krijgt Dijon meer ruimte, met als gevolg de gelegenheid om tot betere schotkansen te komen. Ook worden de verdedigers tegen het einde van de wedstrijd natuurlijk vermoeider en maken ze meer en grotere fouten, waardoor hogere kwaliteitskansen ontstaan. Wat spreekt voor de aanvalsdrang van Dijon is dat ze zelfs aan het einde van de wedstrijd nog blijven pushen om doelpunten te maken.

Plan B
Op het moment dat Dijon niet op voorsprong staat, heeft Dall’Oglio ook nog een plan B voorhanden. In dit geval wordt er omgeschakeld van het ietwat behoudende 4-2-3-1 dat Dijon normaal speelt naar een meer aanvallend 3-4-3, waarbij er achterin meer risico genomen wordt, maar ook aanvallend meer gecreëerd kan worden. Ook dit kan de betere aanval laat in de wedstrijd verklaren.

Het plan B heeft vooralsnog wisselend resultaat: tegen Montpellier werd de overwinning laat in de wedstrijd nog veiliggesteld door (onder andere) deze meer aanvallende speelwijze, maar tegen Caen kreeg Dijon de deksel op de neus met een late tegengoal die de wedstrijd in het slot gooide.

Hoe houdbaar is de huidige positie?
Kijkend naar de tegenstanders die Dijon al heeft verslagen: best houdbaar. Montpellier, Nantes en Nice werden al verslagen, waarbij Nice zelfs met 0-4 werd ‘opgerold’, Alleen tegen laagvlieger Caen, dat vorig jaar slechts zestiende werd, werden punten verspeeld.

Waar de overwinningen tegen Montpellier en Nantes misschien het minst overtuigend waren qua uitslag, waren deze overwinningen op basis van de xG’s van beide teams terecht (zie onderstaande afbeelding). De nuance begint hier al: het verschil tegen Montpellier was dermate klein dat het dubbeltje zomaar de andere kant op had kunnen vallen. De wedstrijden tegen Nice en Caen laten een ander beeld zien dan de uitslagen deden vermoeden. Wat laten de cijfers achter deze wedstrijden ons zien?

Scores en xG’s wedstrijden Dijon

Nice – (0-4 Winst)
De uitslag tegen Nice doet een ‘walk-over’ vermoeden. Toch vertellen de cijfers achter de wedstrijd een ander verhaal. Beide ploegen creëerden voldoende kansen en een 2-2 gelijkspel zou een prima weergave van de krachtsverhoudingen zijn geweest (xG 1.71- xG 1.94). Hier nemen we echter geen game state in mee: welke invloed heeft de tussenstand op de kansen? Het xG-plot hierboven geeft daar meer antwoord op.

Het plot laat duidelijk zien dat er tot de 30e minuut geen noemenswaardige kansen waren in de wedstrijd. Daarna nam Nice het heft volledig in handen. Tot aan de 0-1, via een knap ingestudeerde vrije trap, had Dijon weinig tot niets in te brengen tegen Nice. Pas vanaf de 66e minuut begon het beter te lopen bij de uitploeg, doordat er meer ruimte kwam aan de kant van Nice, maar ook de thuisploeg kreeg in deze periode nog voldoende mogelijkheden om te scoren. Door slordig verdedigen van Nice kon uiteindelijk toch uitgelopen worden tot een grote uitslag, die een ander wedstrijdbeeld doet vermoeden. Opvallend is dat Dijons xG pas heel laat in de wedstrijd, bij de 0-4, de xG van Nice inhaalt: een zwaar geflatteerde overwinning dus.

Caen – (0-2 Verlies)
In het afgelopen weekend, in de ontmoeting met Caen, ging het resultaattechnisch voor het eerst mis voor Dijon. Thuis werd verloren met 0-2, terwijl dit gezien de kansenverhouding onnodig was. Caen had de overhand en daarmee het meeste aanspraak op de overwinning. In onderstaand xG-plot is goed te zien dat Dijon, ondanks het uitblijven van echt grote mogelijkheden, in deze wedstrijd de bovenliggende partij was en pas in de laatste minuut van de extratijd, tijdens een alles-of-niets offensief van Dijon waarbij zelfs keeper Rúnarsson mee naar voren kwam, kon Caen vanuit een counter de 0-2 aantekenen. Tot die tijd gaf Dijon slechts 0,4 xG weg, terwijl ze zelf bijna 1 xG creëerden.

Wat doen de andere ploegen?
Om goed te bepalen hoe houdbaar de positie van Dijon is, is het ook handig om te kijken naar de concurrentie. In onderstaand overzicht is mooi te zien hoe de verwachte score van ploegen in verhouding staat tot hoe vaak ze hebben gescoord en hoeveel punten ze hebben weten binnen te slepen. Met andere woorden: wat heeft een ploeg gezien de kansen verhoudingen verdiend en wat hebben ze uiteindelijk gekregen?

Dijon heeft, over het geheel bekeken, iets meer gekregen dan verdiend. Dit zagen we al in de verschillen tussen de tegendoelpunten en de xGA, maar ook in het uiteindelijk verdiende aantal punten komt Dijon op 1.63 punten meer uit dan het spelbeeld doet vermoeden. Het aantal gescoorde doelpunten komt vrijwel overeen met het verwachte aantal gescoorde goals.

Verwachte punten vs. werkelijke punten; xG’s vs. werkelijke goals

Gezien het verwachte aantal punten staat Dijon terecht in de top van het klassement, achter PSG, dat ook iets meer kreeg dan het verdiende. Een derde plek was op basis van deze statistieken logischer geweest. De meest opvallende afwezige bovenin is Lyon, dat eigenlijk meer punten had verdiend, maar het vooral qua scorend vermogen heeft laten liggen in de eerste wedstrijden. Ook Monaco had iets meer verdiend volgens xG en had dus wat hoger kunnen staan. Meest opvallende naam uit dit lijstje is Guingamp, de club die afgelopen seizoenen keurig in de middenmoot eindigde. Guingamp staat puntloos onderaan, terwijl er al een kleine 5 punten binnen zouden moeten zijn gezien het vertoonde spel. Niet alleen scorend blijft de ploeg achter, ze krijgen ook veel onnodige doelpunten tegen.

Al met al lijken de statistieken voor Dijon dus hoopgevend. Natuurlijk is het seizoen nog lang en is deze analyse gebaseerd op een klein aantal wedstrijden en weinig data, maar heel verrassend is deze start nog niet, op basis van de onderliggende spelstatistieken. De volgende horde voor Dijon is dit weekend thuis tegen Angers dat op dit moment achttiende staat.

In de loop van het seizoen zal Doeldenkers Dijon scherp in de gaten houden, zodat we kunnen zien of deze droomstart uitmondt in een mooi sprookje. Dat kan de Ligue 1 wel gebruiken, met Paris Saint-Germain dat op de zesde titel in zeven jaar lijkt af te stevenen.

Opta geeft hier meer uitleg over wat Expected Goals is en hoe dit wordt berekend.

Ook Catenaccio heeft Expected Goals hier uitgelegd.

Voor de bovenstaande analyse en statistieken is www.understat.com als bron gebruikt.

Over de auteur

Bart Eindhoven