Krzysztof Piatek en de overdraagbaarheid van productiviteit

K

Hij is de afgelopen weken ongetwijfeld de meest besproken man van Italië. Zijn naam zingt rond in voetbalkantines en op maandagochtend worden zijn goals besproken bij het kopje espresso. Alsof dat nog niet genoeg zou zijn, noemt men hem zonder blikken of blozen de nieuwe Lewandowski. Ondanks dat hij nog geen half jaar in Italië woont, zou een verhuizing naar Barcelona om aldaar bij de plaatselijke FC te gaan voetballen al praktisch beklonken zijn. Het is bijna een understatement dat de pas 23 jaar oude Genoa-spits Krzysztof Piatek de revelatie van de Italiaanse Serie A is. Dat is bij de Europese top zeker niet onopgemerkt gebleven. Wat is een verstandige stap voor Piatek, op basis van vergelijkbare transfers in het verleden?

Een stormachtig begin in Genua

De jonge aanvaller verkaste deze zomer naar Genua van het Poolse Cracovia Krakau. Daar kwam hij de afgelopen twee seizoenen in 63 competitiewedstrijden tot liefst 32 goals. De Ekstraklasa (Poolse competitie) is, in vergelijking met Italië (2,73 goals per wedstrijd), een laagscorende competitie (2,67 goals per wedstrijd). Daarnaast is Cracovia Krakau geen hoogvlieger in de Ekstraklasa. Het wist in de jaren dat Piatek daar speelde niet bij de eerste acht te eindigen, wat de prestatie van Piatek nog meer cachet geeft. Dit seizoen gaat hij vrolijk verder met scoren. Hj speelde twaalf wedstrijden voor Genoa en wist daarin dertien keer te scoren. Dit komt neer op een gemiddelde van 0,84 doelpunten per 90 minuten.

Via Google-trends is mooi te achterhalen hoe de interesse in de jonge aanvaller zich sinds begin augustus 2018 heeft ontwikkeld. In onderstaande afbeelding zijn Piateks goals aangegeven met groene balken en de Google-zoekopdrachten in oranje. Het begint allemaal met een 4-0 bekeroverwinning tegen Lecce. Wedstrijd na wedstrijd weet de jonge Pool het net te vinden en met iedere goal stijgt de aandacht van de media en de vermeende interesse van de absolute wereldtop.

Een stap omhoog?

Zo’n stap naar de absolute top is natuurlijk niet zomaar gemaakt. Jaar in jaar uit halen grotere clubs de meest veelbelovende spelers op uit kleinere competities of uit de onderste regionen van de topcompetities. Slechts een klein deel van deze beloftes wordt uiteindelijk ook echt een grote meneer in een grote competitie.

Om erachter te komen welk lot Krzysztof Piatek te wachten staat bij een overstap naar de Europese top, heb ik gekeken naar transfers uit het verleden (2014-2016) en hoe het deze spelers vervolgens is vergaan. Hierbij is gekeken naar aanvallers onder de 24 jaar. Ze moeten een overstap hebben gemaakt naar een (andere) topcompetitie (Italië, Duitsland, Spanje of Engeland). Ze mogen niet langer dan één jaar in een topcompetitie hebben gespeeld voorafgaand aan hun transfer. Op deze manier heb ik een dataset samengesteld met transfers die zo veel mogelijk lijken op de situatie waarin Piatek zich op dit moment bevindt.

Er zijn een aantal metrics waarnaar ik in dit artikel kijk, om het succes van een speler te bepalen. Allereerst productiviteit: bij hoeveel doelpunten is een aanvaller betrokken (goal of assists) per 90 minuten? Een aanvaller wordt immers vaak afgerekend op zijn (bijdrage aan) doelpunten. Daarnaast is het aantal speelminuten van belang. Het is moeilijk om van een goed seizoen spreken wanneer een spits ‘1-op-1 loopt’, maar hij slechts twee keer heeft mogen opdraven. Ook is het voor jonge spelers belangrijk om ervaring op te doen om zich te kunnen ontwikkelen. Als derde wordt gekeken naar de waarde van de speler. Hiervoor wordt de marktwaarde of de transferwaarde gebruikt (data van transfermarkt.nl).

Productiviteit

In bovenstaande afbeelding zijn de aanvallers uit de dataset ingedeeld op transfersom (horizontaal) en aantal goals en assists per negentig minuten (verticaal). Voor aanvallers geldt dan dat de productiviteit, waaronder in dit geval directe betrokkenheid bij goals wordt geschaard, als een goede indicator dient voor het transferbedrag. Met andere woorden; als je als aanvaller bij veel goals betrokken bent en er, mede hierdoor, een hype rond jou als speler gecreëerd wordt, moet er meer geld voor je neer worden gelegd. Intuïtief voelt dit ook logisch.

Wat verder opvalt is dat veel van de Engelse transfers erg hoog scoren, zowel op betrokkenheid bij goals als op transferbedrag. Zelfs als je ‘outlier’ (zowel qua transfersom als productiviteit) Anthony Martial, die voor  zestig miljoen van AS Monaco naar Manchester United verhuisde, uit de dataset filtert, blijven transfers van Engelse clubs opvallend hoog scoren.

Dit is ook terug te zien in de gemiddelde transferwaarde per speler, waarbij Engeland ruim Italië, Duitsland en Spanje achter zich laat. De Engelse spelers uit de dataset vertegenwoordigen gemiddeld 15,5 miljoen euro per transfer. Daar is echter nuance bij nodig: de vraag is of Engelse clubs de beste spelers oppikken, of dat er vanwege de financiële mogelijkheden in Engeland de verkopende club een hogere transfersom vraagt én krijgt. 

Op basis van de productiviteit van de spelers bij hun oorspronkelijke club, lijken de Engelse teams goed te zitten. In Engeland pikt men, gemiddeld gezien, de meest productieve spelers op met gemiddeld een betrokkenheid van 0,68 doelpunten per 90 minuten. Dit komt neer op ongeveer twee doelpunten per drie wedstrijden. Ter vergelijking: met zijn huidige moyenne (0,84 goals per wedstrijd en ruim 2,5 doelpunt per drie wedstrijden) zit Piatek hier na dertien wedstrijden nog flink boven. Deze hogere productiviteit in Engeland ligt dus in lijn met de gemiddelde transfersom die wordt betaald.

Spelers die naar Duitsland, Italië of Spanje verkassen, lijken redelijk vergelijkbaar in het opzicht van productiviteit. Dit gemiddelde verschilt namelijk maar 0,05 doelpunt per wedstrijd. Je zou kunnen zeggen dat Spanje hiermee het meest economisch verantwoord inkoopt, gezien de relatief lage gemiddelde inkoopprijs.

Speeltijd

Naast de productiviteit van de spelers is ook de hoeveelheid speelminuten van belang voor de hoogte van de transferprijs. Wanneer de spelers die minder dan 30 wedstrijden (2700 min) hebben gespeeld worden gefilterd, is dit effect echter weg (zie onderstaande afbeelding)

Uitzonderingen als Ahmed Musa (heel veel speeltijd bij de vorige club, relatief lage transferprijs) en Anthony Martial (weinig speeltijd, hoge transfersom) daargelaten, zien we een uniform beeld. Spelers die geen vaste waarde bij hun vorige club waren, worden verkocht voor een lagere transferprijs. Wanneer een speler echter genoeg vlieguren heeft gemaakt voor zijn club, dan is de hoeveelheid wedstrijden minder van belang voor de hoogte van het transferbedrag. Ook dit lijkt aan te sluiten bij intuïtieve aannames.

Op basis van deze cijfers lijkt het erop dat Genua in ieder geval vanuit Engeland een mooi bod kan verwachten op haar sterspeler, mits Piatek deze doelpuntenreeks kan doorzetten. Dan zal hij de rest van het seizoen genoeg minuten maken en zal de mediahype aanblijven. Tot nog toe zijn alle uitkomsten redelijk voorspelbaar. Tijd om iets dieper te graven.

Heeft een hoge productiviteit bij een vorige club in combinatie met de benodigde speelminuten  een voorspellende waarde?

Resultaten uit het verleden…

Verder graven in post-transfercijfers laat zien dat dit zeker niet altijd het geval is. Ik heb gekeken naar de hoeveelheid speeltijd bij de nieuwe club, de huidige waarde van de speler (of transferwaarde wanneer deze al weer is vertrokken) en de productiviteit van de speler bij de nieuwe club om zo het succes van de transfer in te schatten. De vlakke lijn in onderstaande grafiek laat zien dat een hoge transfersom gemiddeld weinig voorspellende waarde heeft, zolang de spelers aan de ondergrens van speeltijd komen.

Productiviteit

Alleen in Engeland lijkt het dat de productiviteit invloed heeft op de waarde-ontwikkeling van nieuwe aanwinsten. We zien echter ook in deze competitie, misschien doordat de initiële transferbedragen een stuk hoger liggen dan in Spanje, Italië en Duitsland, dat de waarde van de speler bijna nooit stijgt.

De gemiddelde waardeverandering in Engeland is zelfs negatief: bijna -17%. Dit zien we in onderstaande afbeelding.

Dit heeft natuurlijk meerdere oorzaken; spelers gaan veelal, mede door de hoge salarissen en transfersommen, of aantrekkingskracht van de EPL, niet meer weg uit Engeland. Er is daardoor zelden sprake van een nieuwe transfersom, maar baseer ik de waarde op de geschatte marktwaarde. Mede door de financiële mogelijkheden is de concurrentie in Engeland moordend. Wanneer speler x niet voldoet, halen ze lachend speler y als vervanger. Wat speler y mag kosten maakt dan weinig uit. Uit meerdere artikelen is gebleken dat, het lastig is voor jonge spelers (< 24 jaar) om hun plek in het team te veroveren. De gemiddelde basisspeler in de EPL is minimaal 24 jaar oud. Toch is het opvallend dat weinig spelers weten te “slagen” in de Engelse competitie, terwijl vooral in Spanje en Duitsland spelers zich snel lijken te ontwikkelen. Dit kan meerdere redenen hebben, zelfs buiten het voetbal om maar valt buiten de scope van dit artikel.

Speeltijd

Voor (jonge) spelers is speeltijd natuurlijk altijd van groot belang. Als een speler meer speelt, doet hij simpelweg meer ervaring op. Toch lijkt alleen in Duitsland de speeltijd bij de vorige club een positieve relatie te hebben met de waardeontwikkeling van de speler in de nieuwe competitie. Ook in onderstaande afbeelding valt op dat na een bepaald aantal wedstrijden weinig lijn meer is te ontdekken in dit verband, maar dat een speler in ieder geval genoeg vlieguren moet hebben gemaakt voor zijn vorige club.

 

…Bieden dus geen garantie voor de toekomst
Productiviteit

Nu is gebleken dat de prestaties bij het vorige team niet doorslaggevend zijn voor een succesverhaal bij de nieuwe werkgever, is het tijd om verder te kijken. Als een speler goed past bij de nieuwe club, veel minuten speel en ook nog veel scoort, dan moet de waarde toch wel stijgen?

 

Bovenstaande afbeelding laat zien dat dit inderdaad het geval is. Spelers die stijgen qua productiviteit, vergeleken met hun vorige club, stijgen ook sterk in waarde. Ousmane Dembele spant de kroon, met een enorme stijging in zowel productiviteit als in waarde. Verder is het opvallend dat de trendlijn voor alle competities redelijk vergelijkbaar is.

Kanttekening die hierbij kan worden gemaakt is dat het waarschijnlijk uitmaakt hoe compatibel de oude en nieuwe competitie zijn. Stel: een speler komt vanuit een competitie waarin veel wordt gescoord, bijvoorbeeld de Eredivisie. Wanneer deze speler verkast naar een competitie waar men erg verdedigend speelt, dan is het waarschijnlijk dat de productiviteit van de speler afneemt. In ieder geval zal de productiviteit van de ex-Eredivisie-speler minder snel stijgen dan bij een productieve speler die al uit een relatief laag scorende competitie komt. Dan laten we de club waar iemand vandaan komt en naartoe gaat zelfs nog buiten beschouwing. 

Als we kijken naar de productiviteitsverandering in de verschillende competities, dan springt Duitsland er gelijk uit met als enige grote competitie een stijging in productiviteit (+24%):

Worden spelers die richting Bundesliga gaan automatisch productiever? Dat is wat gemakkelijk gezegd. Deels kan de toename namelijk worden verklaard door het karakter van de Bundesliga, die zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot een ‘high-scoring’ league.  Zeker vergeleken met de andere grote Europese competities, zoals in onderstaande afbeelding te zien is. 

Een andere verklaring is eventueel het feit dat men in Duitsland, relatief, voor weinig geld inkoopt en zich ook focust op spelers die iets minder productief zijn bij hun huidige club. In Spanje en Italië lijkt de lichte daling in productiviteit redelijk gezond te zijn. Jonge spelers gaan immers naar een nieuwe, vaak sterkere competitie en een kleine daling in productiviteit is daarom te verwachten.

Speeltijd

Ook de speeltijd bij de nieuwe werkgever lijkt een positief effect te hebben op de waarde van een speler. Dat lijkt in iedere competitie terug te komen. In Duitsland wordt de lijn iets vertekend door uitzondering Dembélé, maar is nog steeds een duidelijke stijgende trend zichtbaar.

Advies aan Piatek en zijn zaakwaarnemer

Ondanks dat de jonge Pool op dit moment ontzettend goed presteert bij Genua, lijkt dit dus nog geen garantie voor een succesvol vervolg van zijn carrière. De volgende stap die hij neemt, zal mede bepalend zijn voor zijn uiteindelijke succes.

Een transfer naar Engeland

Hoewel het grote geld in Engeland natuurlijk enorm aantrekkelijk is, lijkt het niet de juiste stap voor een jonge spits. Spelers gaan er in Engeland over het algemeen in productiviteit op achteruit en maken niet heel veel minuten. Daardoor daalt de waarde van de spelers ook. Hoewel de penningmeester van Genua ongetwijfeld in zijn handen wrijft wanneer hij een telefoontje uit Engeland krijgt, lijkt het niet verstandig voor Piatek zelf om naar de Premier League te verkassen.

Naar Spanje dan?

Spelers die naar de Spaanse competitie overstappen dalen over het algemeen iets in productiviteit. Deze deze competitie lijkt echter qua doelpuntengemiddelde en qua terugval in productiviteit het meest op de Italiaanse competitie, waar Piatek het op dit moment ontzettend goed doet. Hoewel Spaanse ploegen over het algemeen geen exorbitante transferbedragen betalen (uitzonderingen daargelaten), lijkt dit wel een zeer aantrekkelijke competitie voor een jonge speler die zich wil ontwikkelen. Spelers die naar Spanje gaan, stijgen gemiddeld gezien het meest in waarde en het lijkt daarmee dan ook een interessante leerschool voor een jonge spits.

Bundesliga als spitsenparadijs

Hoewel Spanje een interessante optie is, is het ook in Duitsland prima vertoeven voor een spits. De Bundesliga is een competitie met gemiddeld veel goals en biedt daarmee voldoende mogelijkheden voor Piatek om zijn goede vorm door te zetten. Ook lijken jonge spitsen het hier goed te doen, met een gemiddelde stijging in productiviteit van 22%. 

Of lekker in Italië blijven?

Een langer verblijf in Italië is natuurlijk ook mogelijk. Hoewel hij natuurlijk pas net bij Genoa speelt, lijkt het onmogelijk voor de club om Piatek langer vast te houden. Er zijn echter meer clubs in Italië, met een aanmerkelijk beter gevulde transferbuidel. Hoewel ik in de bovenstaande analyse geen rekening heb gehouden met binnenlandse transfers, lijkt Italië qua waardeontwikkeling en doelpunten niet de ideale competitie voor een jonge spits.

Ook doet Piateks situatie al snel denken aan de jonge Tsjechische aanvaller Patrik Schick. Deze maakte in 2016-2017 indruk in zijn debuutseizoen bij Sampdoria, met elf goals. Aansluitend maakte Schick de stap naar AS Roma. Hier wist hij zijn belofte tot nu toe nog niet in te lossen. Of een dergelijk scenario ook van toepassing is op Piatek, valt natuurlijk nog maar te bezien. Voorzichtigheid lijkt echter geboden. 

Over de auteur

Bart Eindhoven