Handelingssnelheid: hoe fabriceer je nieuwe Frenkies?

H

Waarom bezwijkt een middenvelder onder pressing in de opbouw? Handelingssnelheid! Waarom kan de linksback de bal niet bij een teamgenoot krijgen? Handelingssnelheid! Vaag voel ik aan wat het begrip betekent. Een concrete definitie? Poeh. Uitleggen wat ik bedoel aan de hand van een voorbeeld? Zelfs dat vind ik lastig. Willem Weijs en ik gaan op zoek naar wat handelingssnelheid is en, nog belangrijker, of het trainbaar is.

Visual: Laura Zonnenberg

We stuiten direct op het eerste probleem: handelingssnelheid is (in veel huidig gebruik) een voorbeeld van een containerbegrip. Dat is een begrip zonder scherpe definitie. Een containerbegrip heeft dermate veel mogelijke betekenissen, dat het eigenlijk betekenisloos is. Iedereen kan daardoor een eigen definitie erop loslaten, waardoor discussies problematisch worden.

Containerbegrippen zijn sowieso vaste prik in (voetbal)analyses en -gesprekken. Kom maar eens een praatprogramma of kroeggesprek (mooi waren die tijden) door zonder termen als ‘(winnaars)mentaliteit’, ‘gogme’, ‘scherpte’ en ‘goed staan’. Zelden tot nooit krijgen deze begrippen een concrete invulling. 

Analyseren is lastig

Dat is een logisch verschijnsel. Probeer maar eens echt grondig te analyseren in de rust van een livewedstrijd. Je hebt nauwelijks voorbereidingstijd en moet in twee minuten iets vertellen. Dat is zelfs voor professionals met jarenlange ervaring als profvoetballer, trainer of analist nauwelijks te doen, laat staan in kroeganalyses.

In deze analyses wordt trouwens voornamelijk over een gebrek aan handelingssnelheid gesproken, als iets fout gaat, zoals balverlies na een pressingactie van de tegenstander. Veel minder vaak wordt het begrip in een positief daglicht gebruikt. Echt te verklaren is dat niet. We hebben wel wat hypothesen. Waarschijnlijk is het interessanter om naar fouten dan naar pluspunten te kijken. Ook zijn spelers met een hoge handelingssnelheid minder lang aan de bal. Ten slotte wordt een hoge handelingssnelheid als de norm gezien: simpel en niet bijzonder.

Handlungsschnelligkeit?!

Er is nog niet veel wetenschappelijk onderzoek naar handelingssnelheid. De term lijkt onvertaalbaar in bijvoorbeeld het Engels, waar het mentale en fysieke deel worden opgesplitst bij gebruikte termen. ‘Agility’ of ‘speed of decision making’ komen in de buurt, maar dekken niet helemaal de lading.

Godzijdank hebben we het Duits. De taal die ons ‘raumdeuter’ en ‘gegenpressing’ bracht, gebruikt ‘handlungsschnelligkeit’. Deze term keert bijvoorbeeld terug in een onderzoek van Christian Saal en Harald Fiedler naar de Footbonaut (die machine zie je hier aan het werk). Saal en Fiedler definiëren het begrip als volgt:

HANDLUNGSSCHNELLIGKEIT in den Sportspielen ist ein Konstrukt, in dem neuromuskulare und kognitive Komponenten zur Leistungserklarung für individualtaktische Entscheidungsleistungen herangezogen werden. Das anerkannte Konzept der agility von Sheppard und Young (2006) beinhaltet perzeptive, kognitive und motorische Komponenten bei Ganzkorperbewegungen mit Anderungen der Bewegungsrichtung zur Beschreibung von Handlungen unter Zeitdruck mit mehreren Wahlmoglichkeiten.

Vrij vertaald: Ze zien handelingssnelheid dus als een concept, opgebouwd uit cognitieve (zenuwen) en fysieke (spieren) componenten. Dit concept wordt gebruikt om op individueel niveau tactische beslissingen te nemen. Ook motorische componenten, waaronder je functionele techniek zou kunnen laten vallen, spelen een rol. 

Handelingssnelheid is dus een mix van cognitie, fysiek en techniek. De snelheid waarmee een speler een voetbalactie kan uitvoeren is altijd een combinatie van verschillende vaardigheden, geen los onderdeel.

Visies uit de voetbalwereld

Heracles-trainer Frank Wormuth geeft een belangrijke nuance op de term zoals we hem tot nu toe gebruiken. Je spreekt alleen over handelingssnelheid bij momenten van druk: “Handelingssnelheid is de snelheid van een handeling met of zonder bal onder druk. De voorwaarde is druk op de speler met bal en/of druk op de situatie die een speler zonder bal kan oplossen. In ieder geval gaat het om een oplossing van een situatie onder druk.”

Oranje-international Merel van Dongen maakt, net als in de theorie, een koppeling tussen de fysieke wereld en de denkwereld in haar definitie. In haar woorden is handelingssnelheid de snelheid tussen het eerste balcontact en het maken van een keuze. Ook de kwaliteit van de uitvoering van die keuze speelt mee. 

Ex-international en FOX Sports-analist Arnold Bruggink ziet ook een cocktail van vaardigheden voor zich: “Hoe beter je oriënteert, hoe sneller je de juiste beslissingen kunt nemen. Je moet de technische handelingen natuurlijk ook kunnen uitvoeren, een aanname in de ruimte bijvoorbeeld. Je moet functionele techniek bezitten, maar in mijn ogen begint handelingssnelheid met oriëntatie.”

Deze oriëntatie wordt in vakjargon ook wel kijkgedrag genoemd. Een uitgebreide uitleg vind je hier. Het gala-middenveld van Barcelona onder Guardiola blonk hierin uit, met als voornaamste voorbeeld Xavi.

Door zijn kijkgedrag was hij in staat om in wedstrijden met het hoogste tempo de juiste keuzes te maken. Hij kon zelfs het tempo verhogen door goed om zich heen te kijken. Uiteraard spelen ook hier weer andere factoren een rol: naast het kijkgedrag had de Spaanse dirigent ook het technisch vermogen goed te kaatsen en de nodige fysieke lichtvoetigheid. 

Meer wetenschap

De scriptie van Stefan Raadts van de universiteit van Osnabrück geeft verdere wetenschappelijke onderbouwing. Voor de echte liefhebber is het ruim 300 pagina’s tellende onderzoek hier te lezen. Ook dit onderzoek benadrukt weer hoe ingewikkeld het concept is. Raadts belangrijkste conclusie is als volgt:

Handlungsschnelligkeit ist unter Berücksichtigung der vorgelegten Daten und theoretischen Erwägungen keine individuelle Fähigkeit der schnellstmöglichen Handlungsausführung. Es handelt sich auch nicht um eine Kumulation individuell unterschiedlich ausgeprägter Schnelligkeiten. Handlungsschnelligkeit konnte definiert werden als Funktion eines kollektiven und nonverbalen Verständigungssystems.

Heel kort door de bocht: handelingssnelheid is geen eenduidige vaardigheid of een optelsom van fysieke en mentale snelheid, maar een uiting van een collectief en non-verbaal communicatiesysteem. Alles gebeurt dus tegelijkertijd. Het is niet zomaar een containerbegrip: de verschillende componenten zijn duidelijk. Het is alleen onmogelijk om exact uit te splitsen hoeveel ieder onderdeel in het totaal meetelt, mede doordat dit ook weer per speler verschilt.

Casus: Frenkie de Jong

Tijd voor een praktische toelichting. Een goed voorbeeld is de veelbesproken actie van Frenkie de Jong tegenover Vinicius Junior en Luka Modric. Deze vindt plaats tijdens de achtste finale Champions League Real Madrid – Ajax in maart 2019. De actie zelf kun je ontleden door de drie typen vaardigheden (technisch, fysiek en cognitief) apart te analyseren. Hieronder zien we de actie (met traditiegetrouw slechte muziek op de achtergrond):

De hele actie duurt slechts een paar seconden, maar er gebeurt zoveel tegelijk.

Aan de technische kant hebben we De Jongs aanname en vermogen de bal te dribbelen zonder dat deze ver van de voet springt. Ook het aspect dat hij deze actie kan uitvoeren zonder “zijn ogen continu op de bal te hebben” betekent dat hij deze actie technisch gezien goed uitvoert. De Jong weet dat hij het vermogen heeft de bal onder controle te houden, zonder dat hij constant moet kijken.

Aan de fysieke kant gebeuren ook interessante dingen. De Jongs lichaam is voldoende in balans om niet te vallen, ook niet na de plotse lichaamsschijnbeweging. Hierdoor is zijn lichaam tijdens de aanname volledig in balans en blijft hij dus rustig. Ook de schijnbeweging zelf is fysiek. Hierbij zakt hij laag door z’n knieën en beweegt hij zijn bovenlichaam met een explosieve actie over de bal. Vervolgens heeft hij de lichtvoetigheid om kort door te bewegen na zijn lichaamsschijnbeweging. Ten slotte is er de versnelling om Modric te passeren en bij hem ‘weg te versnellen’.

Het meest onzichtbaar is de derde component: cognitie. De Jong is zich bewust van zijn positie op het veld ten opzichte van tegenstanders en ploeggenoten om de actie succesvol te volbrengen. Hierbij speelt kijkgedrag een rol. De Jong weet waar Vinicius en Modric staan, doordat hij die posities ziet voor zijn aanname. Hij weet nu dus ook waar de vrije ruimte is. Ook het uitkiezen van het moment is een cognitieve vaardigheid, net als het proberen voorlangs te snijden bij Modric. Zo probeert de Jong de pas af te snijden bij Modric zodat hij hem ook daadwerkelijk achter zich kan laten.

Waarom is een hoge handelingssnelheid zo belangrijk?

In Van Dongens woorden: “Hoe hoger het niveau, hoe kleiner de ruimte. Je hebt dan dus minder tijd voor het maken van een goede keuze, omdat je sneller druk krijgt van een tegenstander. Hoe sneller de handelingssnelheid, hoe effectiever je bent in de tijd die je hebt voordat je onder druk wordt gezet.”

De intensiteit wordt dan ook hoger naarmate je op een hoger niveau speelt. Je leest hier meer erover. Het is dus belangrijk dat de handelingssnelheid van spelers hoog genoeg is voor het niveau waarop ze acteren.

Niet alleen vanuit het individu, maar ook vanuit teamperspectief zijn spelers met een hoge handelingssnelheid vrij essentieel. Bruggink: “Handelingssnelheid kan ook een vertraging zijn door middel van het lokken van een tegenstander, zodat je medespeler meer ruimte krijgt. Spelers die handelingssnelheid bezitten bepalen het ritme van de wedstrijd. Ze zijn in mijn ogen onmisbaar en komen het beste tot hun recht in de as van het veld.”

Wormuth onderschrijft dit: “Een goede handelingssnelheid voorkomt balverlies, creëert een doelpunt of doelkans of bevrijdt een speler uit een situatie zodat hij een betere balpositie kan vinden. Onder druk kan de bal in eigen gelederen worden gehouden.”

Die druk wordt ook steeds groter en frequenter. De snelheid van wedstrijden neemt toe en ook het aantal omschakelmomenten ligt hoog. Dit liet Willem ook zien toen hij te gast was in De Eretribune in maart 2019 (vanaf 1.45 begint het meest relevante stuk). De “chaos” die ontstaat, zorgt ervoor dat onder toenemende druk in kleine situaties met veranderende omstandigheden gespeeld moet worden. Handelingssnelheid is ook hierdoor weer essentieel.

Hoe verbeter je de handelingssnelheid dan?

Een verbetering van een van de drie aspecten zorgt voor een verbetering van het totaal. Het geheel is ook hier immers net zo sterk als de zwakste schakel. De ene speler moet meer werken aan technische vaardigheden, terwijl een andere zijn voetenwerk of kijkgedrag moet verbeteren. De uitdaging van een goede trainer is om te ontleden wat de situatie per individu is en zo tot een rationele analyse te komen om de speler te verbeteren. 

Toch zijn er ook manieren om het totaalplaatje te trainen. Dat is zelfs noodzakelijk, volgens onze praktijkexperts. Arnold Bruggink noemt het essentieel om de vaardigheden in combinatie te trainen: “Doe veel oefeningen waar je meerdere dingen tegelijk moet doen. Over de bal leren kijken, pasvormen met meerdere kleuren, etc.” Ook ziet hij belang bij het verhogen van de technische vaardigheid: “Balbeheersing is essentieel, bijvoorbeeld aannames in de juiste richting en op de juiste snelheid oefenen.”

Deze combinatie komt ook terug in Van Dongens visie op trainbaarheid: “Ik denk dat ‘wedstrijdechte’ situaties het beste zijn. Dat kan 11vs11 en zo’n beetje elke vorm van positiespel zijn, waarbij spelers vanuit hun positie op balbezit spelen. Een positiespel waarbij iedereen loopt waar hij of zij wil, werkt volgens mij minder goed, omdat de patronen later niet terug zijn te vinden in de wedstrijd. Een positiespel waarbij je zoveel mogelijk in je positie speelt, laat je keuzes maken die uiteindelijk logisch zijn, ook in de 11vs11, alleen in een kleinere ruimte.”

Ze vervolgt: “‘Droog oefenen’ met een bal werkt niet of nauwelijks, omdat het cognitief niets vraagt, terwijl handelingssnelheid volgens mij heel cognitief werk is. Heb je om je heen gekeken voordat je de bal ontving? Heb je een gevoel waar je tegenstander is, waar je medespelers zijn? Hoe is je eerste aanname in de kleine ruimte? Voor al deze dingen zijn tegenstanders nodig en hoe kleiner de ruimte hoe sneller je gaat handelen.” 

Naast het trainen in het heden om het in de toekomst beter te doen, noemt Van Dongen een ander interessant aspect met betrekking tot situaties uit eerdere wedstrijden: “Videobeelden analyseren helpt bij mij enorm, omdat ik dan zie hoe het team stond voordat ik de keuze maakte. Ik leer dan wat ik fout deed, waardoor ik later situaties sneller herken.” 

Trainen in de praktijk

Wormuth kan door zijn praktijkervaring direct enkele voorbeelden noemen. In de eerste fase van het trainingsproces, om de technische kant te verbeteren, kunnen dribbeloefeningen ingezet worden onder druk, waarna gepasst wordt richting doel of positie. 

Een trainingsvorm in de volgende fase is een aanval met plotse druk van een tegenstander. Er moet een oplossing gezocht worden met een vooraf gegeven richting/taak/doelstelling. Bij balverlies heeft de nieuwe balbezitter een eigen taak/doelstelling en moet de ex-balbezitter druk zetten. 

Deze situatie kan zich ontwikkelen door het eerst als “één tegen één” aan te bieden en daarna over te schakelen naar 2:2, 3: 3 of zelfs 4:4. Het belangrijkste is in ieder geval dat er steeds druk op de bal blijft door nauwe ruimtes.

In het onderstaande filmpje legt Willem een concrete oefenvorm uit. Vergeet je geluid niet aan te zetten! Naast de basisbeginselen die in het begin met witte tekst zijn aangegeven, vertelt Willem meer over het hoe en waarom van deze training

Conclusie

Handelingssnelheid is een cocktail van fysieke, technische en cognitieve vaardigheden, die ervoor zorgt dat een speler het speltempo aan kan of zelfs kan bepalen. Doordat het een combinatievaardigheid is, is het ook belangrijk deze als combinatie te trainen en niet alleen als los onderdeel. 

Trainen van handelingssnelheid zal de komende jaren steeds urgenter worden. Het tempo in wedstrijden neemt gestaag toe en ruimtes worden steeds kleiner. Oplossingen zoeken op hoog tempo zal essentieel worden als spelers steeds vaker onder nog hogere druk komen te staan.

In een ideale wereld hadden we nu een eenvoudige en opzichzelfstaande oplossing kunnen presenteren. Er is echter geen kant-en-klare formule om van handelingssnelheid een simpel oplosbare som te maken. In het voetbal is alles met elkaar verbonden: het is dynamisch en complex. Spelers moeten in veel aspecten echt goed zijn om de top te halen en handelingssnelheid is een voorbeeld van deze veelzijdigheid. 

Heb jij nog ideeën of inzichten over (de trainbaarheid van) handelingssnelheid? Laat het ons weten via Twitter (@willemweijs of @ricardowalinski) of stuur een mailtje naar info@doeldenkers.nl!

Bronnen:

Grez, M., & Thomas, A. (2017, 9 november). “Footbonaut”: German clubs lead football into the future. Geraadpleegd op 20 april 2020, van https://edition.cnn.com/2016/12/07/football/footbonaut-tsg-hoffenheim-julian-nagelsmann-borussia-dortmund/index.html

Raadts, S. (2009). Theorie der Handlungsschnelligkeit im Sportspiel Fußball . Geraadpleegd van https://repositorium.ub.uni-osnabrueck.de/bitstream/urn:nbn:de:gbv:700-201002185449/1/thesis_raadts.pdf

Saal, C., & Fiedler, H. (2013). Der Footbonaut als Mess- und Informationssystem im Fußball – Eine explorative Untersuchung. Gepresenteerd bij 24. Jahrestagung der dvs – Kommission Fußball, Weiler im Allgau. Geraadpleegd van https://www.my-campus-berlin.com/fileadmin/HGBerlin/user_upload/News/sciposter_template_klein.pdf

Veel dank aan Merel van Dongen, Frank Wormuth en Arnold Bruggink voor hun inzichten.

Over de auteur

Ricardo Walinski