Hoe wetenschap en data betekenis geven aan speelstijl

H

Wetenschap en datagebruik worden steeds belangrijker in de voetbalwereld. In deze driedelige reeks behandel ik op deze gronden stap voor stap het onderwerp ‘speelstijl’. Dit is een thema dat mijn fascinatie heeft na het zien van het counterende Dinamo Kiev van Valeri Lobanovski in de jaren negentig van de vorige eeuw, met het legendarische spitsenduo Andriy Shevchenko-Sergei Rebrov.  In het eerste deel: een algemene inleiding op speelstijl.

Banner speelstijl
Visual: Laura Zonnenberg.

Het kampioenschap van PSV in het seizoen 2017-2018 is misschien wel de beste prestatie van Phillip Cocu als hoofdtrainer. In een rechtstreeks duel met concurrent Ajax slepen de Eindhovenaren de 24ste landstitel in de clubhistorie binnen. Op basis van de kwaliteit van de selectie en na het echec tegen het Kroatische NK Osijek in de kwalificatiereeks voor de Europa League leek dat ver weg.

Schijtbakkenvoetbal

De successen van Cocu bij PSV gingen gepaard met veel kritiek op de gehanteerde speelstijl. Gertjan Verbeek bestempelde het spel als ‘schijtbakkenvoetbal’ (Fox Sports, 2018). Na de verloren thuiswedstrijd tegen PSV (seizoen 2017/2018, 27 januari 2018, eindstand 0-2, red.) uitte de toenmalig FC Twente-hoofdtrainer zijn ongenoegen over het spel van de Eindhovense formatie. 

Voormalig PSV-doelman Remko Pasveer (onder contract van 2014 t/m 2017, red.) haalde na zijn vertrek eveneens uit naar Cocu. Naar eigen zeggen had hij zijn reserverol in Eindhoven te danken aan de speelstijl van PSV (Voetbal International, datum niet bekend). Pasveer is een keeper met opbouwende kwaliteiten. Die keepers passen over het algemeen goed bij een op balbezit en aanval georiënteerde speelstijl. Zoet daarentegen staat bekend als een lijnkeeper en zou daarom beter passen in een team dat meer defensieve intenties heeft. 

PSV-verdediger Daniel Schwaab typeerde de stijl onder Cocu als Duits: een compacte formatie, goede verdediging en snelle omschakeling van verdediging naar aanval (NOS, 2017). Dezelfde Schwaab maakt dit seizoen kennis met de spelideeën van Mark van Bommel, die afwijken van die van zijn vorige manager. PSV moet met een offensievere speelwijze op het veld functioneren, in balbezit heersen en een hoge verdedigingslijn aanhouden (Wijffels, 2017).    

Wat zeggen deze voetbalkreten ons? In de voetbalwereld lijkt er namelijk inconsistentie te bestaan in de interpretatie van speelstijl. Termen als ‘totaalvoetbal’, ‘tiki-taka’, ‘kick and rush’, ‘catenaccio’ en ‘joga bonito’ duiken veelvuldig op. De gemiddelde voetbalkijker weet ongeveer wat deze termen betekenen, maar kan geen goede, op feiten beruste, volledige uitleg geven. Daarnaast richten de meeste analyses zich op afzonderlijke gebeurtenissen en ontwikkelingen op het veld. Ter illustratie: team ‘X’ heeft meer balbezit, geeft meer passes en komt vaker tot doelpogingen vanuit combinatiespel dan team ‘Y’. Op basis van deze observaties, en vaak slechts enkele wedstrijden, krijgt team ‘X’ een speelstijl aangemeten. 

Een beter begrip van het concept ‘speelstijl’ is noodzakelijk om deze manier van toewijzen adequaat te beoordelen. Wat houdt speelstijl precies in?

Het concept speelstijl 

Speelstijl is het collectieve gedrag van een team op het veld om vooraf afgesproken aanvallende en verdedigende (sub)doelstellingen te bereiken gedurende een wedstrijd (Fernandez-Navarro, Fradua, Zubillaga, Ford & McRobert, 2016). In andere woorden: speelstijl is hoe een ploeg wenst aan te vallen in balbezit en te verdedigen zonder bal, en probeert te handelen in de omschakelmomenten van aanval naar verdediging en andersom. Spelprincipes liggen ten grondslag aan deze doelstellingen. Performance indicators geven in cijfers aan in hoeverre een team de gewenste speelstijl nadert of bereikt. Onderstaande visual (figuur 1) toont globaal aan hoe de ‘speelstijl-hiërarchie’ eruitziet, met enkele voorbeelden bij elk onderdeel.

Speelstijl-hiërarchie
Figuur 1. De globale ‘speelstijl-hiërarchie’. Visual: Laura Zonnenberg.

Een speelstijl is een terugkerend patroon, ook wanneer er sprake is van een andere context of situatie: thuis- of uitwedstrijd, tussenstand (1-0 voorsprong vs. 0-1 achterstand), kwaliteit van de tegenstander of formatie (Lago-Peñas, Gómez-Ruano & Yang, 2018). Logisch, want een team heeft afspraken en vastigheden nodig waarop de spelers terug kunnen vallen gedurende een wedstrijd, zowel in goede als slechte fases. Trainers melden dan ook vaak dat ze veel waarde hechten aan het ontwikkelen van een speelstijl en creëren van automatismen. Ze sleutelen niet zomaar aan de speelstijl, formatie of opstelling van de ploeg.

Speelstijl staat gelijk aan strategie: het ‘grote’ plan om doelstellingen te bereiken. Sommige trainers denken daar anders over en zien dit concept eerder als een ideaal. Iemand die absurd ver gaat in het bereiken en perfectioneren van een speelstijl is Marcelo “El Loco” Bielsa. De Argentijn is de huidige trainer van Leeds United, dat uitkomt in de Engelse Championship en volop strijdt om de bovenste plekken. Zijn aanvallende, maar veeleisende voetbalfilosofie (Google naar Bielsa en je vindt talloze artikelen gewijd aan deze voetbalprofessor) probeert hij, ongeacht zijn club, maniakaal, obsessief en machinaal over te brengen op zijn spelers. Niet voor niets zei hij ooit: “Als voetballers vervangen zouden worden door robots, zou ik altijd winnen.” (Wilson, 2012). 

Speelstijl versus tactiek

Wat buiten kijf staat is dat speelstijl draait om de lange termijn. Met andere woorden: een vast plan om zoveel mogelijk wedstrijden in een seizoen te winnen en waarop continue getraind wordt door een team, resulterend in een identiteit. Ploegen onder leiding van bijvoorbeeld Pep Guardiola (tevens geïnspireerd door Bielsa) hanteren een zeer herkenbare speelstijl: hoog druk zetten, veel balbezit op de helft van de tegenstander en een hoog gemiddelde aan doelpunten per wedstrijd.

Tactiek – het ‘kleine’ plan om een specifieke wedstrijd te winnen, de praktische invulling van de aanvallende en verdedigende (sub)doelstellingen – staat loodrecht tegenover speelstijl. Waar speelstijl over lange termijn gaat, draait tactiek om de korte termijn. Een voorbeeld van tactiek is het inbrengen van een extra spits. Een type ‘breekijzer’ à la Pierre van Hooijdonck, Jan Vennegoor of Hesselink of Klaas-Jan Huntelaar inbrengen bij Oranje bijvoorbeeld, in de laatste minuten van een wedstrijd bij een 1-0 achterstand. Andersom geldt dit trouwens ook. Veel trainers brengen een extra verdediger voor een aanvaller bij een voorsprong in de hoop en verwachting de overwinning over de streep te trekken. Cocu trok deze speelkaart in zijn PSV-jaren met regelmaat.

Spelfases  

Voetbal kent vijf belangrijke herhalende spelfases. Het karakteristieke spelpatroon van een team komt terug in deze vijf fases (Hewitt, Greenham & Norton, 2017):

1. Aanval 

2. Omschakeling van aanval naar verdediging 

3. Verdediging 

4. Omschakeling van verdediging naar aanval 

5. Dode spelmomenten 

Spelfases zijn geïsoleerde fases in een wedstrijd, maar ze beïnvloeden ieder wel wat er in de andere fases gebeurt (Hewitt et al., 2017). Zo kan een aanval van team ‘X’ bijvoorbeeld resulteren in een doelpoging en door een redding van de keeper van team ‘Y’ uitmonden in een corner. Een andere mogelijke uitkomst is dat team ‘Y’ vanwege een achterbal van desbetreffende doelpoging van team ‘X’ mag beginnen met het opzetten van een aanval. Het opdelen van een wedstrijd in fases helpt bij het herkennen van terugkerende patronen en dus karakteriseren van speelstijlen. Hoe een ploeg structureel handelt in deze momenten (figuur 2) resulteert in een speelstijl (Hewitt et al., 2017).

Wisselwerking spelfases
Figuur 2. De wisselwerking tussen de verschillende spelfases. Visual: Laura Zonnenberg.
Spelprincipes en doelstellingen 

Binnen bovengenoemde spelfases kunnen spelprincipes gedefinieerd worden, die de basis vormen van de aanvallende en verdedigende (sub)doelstellingen, inclusief de doelstellingen in beide omschakelmomenten. Spelprincipes zijn algemene uitgangspunten, een soort richtlijnen, voor spelers. Deze principes zijn op het veld altijd leidend, maar kunnen tegelijkertijd ook flexibel zijn, ongeacht de eigen formatie of die van de tegenstander (4-4-2 vs. 4-3-3). 

Een voorbeeld van een principe is ‘counter- of gegenpressing’, door ex-Ajax-trainer Peter Bosz ook wel aangeduid als ‘de vijfsecondenregel’. Dit houdt in dat de bal, na balverlies, binnen vijf seconden weer veroverd moet worden, om vervolgens weer zo snel mogelijk een kans te creëren. Bosz, nu trainer van Bayer Leverkusen, hanteert nog drie andere verdedigende principes: (i) hoog druk zetten, (ii) compact staan en (iii) doordekken (Zwart, 2017)). De artikelen van Pieter Zwart in de serie Tactische meesterbreinen ontleed op VI Pro bevatten voorbeelden van spelprincipes die gehanteerd worden door de beste trainers van deze tijd. 

Elk team, amateur of professioneel, wil in beginsel hetzelfde: winnen. Om de kans op winst te vergroten dienen aanvallende en verdedigende (sub)doelstellingen bereikt te worden. Mogelijke aanvalsdoelstellingen zijn het veld groot maken, behouden van balbezit, betrekken van de spits in het positiespel, creëren van scoringskansen uit voorzetten vanaf de zijkanten en scoren van doelpunten. Defensieve doelstellingen zijn bijvoorbeeld het terugveroveren van de bal, compact staan op de eigen helft, en tegenhouden van aanvallen en minimaliseren van doelpogingen van de tegenstander. Hoeveel belang een trainer toekent aan een doelstelling en de wijze waarop deze doelstellingen worden bereikt, is per ploeg verschillend. 

Casus: gegenpressing 

Neem het omschakelmoment van aanval naar verdediging. In de Engelse Premier League werkt momenteel een ware enclave van gegen- of counterpressing-idolaten. Trainers als Pep Guardiola, Jürgen Klopp, Mauricio Pochettino en Unai Emery willen dat hun teams na balverlies, dus in de transitiefase van aanval naar verdediging, direct druk zetten op de tegenstander met de bal. Ze willen zo de bal zo snel mogelijk terugveroveren. Drie factoren, enkel in de context van gegenpressing, zorgen al voor verschillen in speelstijlen tussen teams:

1. In hoeverre is een team in staat om de gewenste spelideeën van een trainer uit te voeren? Tijd speelt hierin een cruciale rol. Hoe langer en vaker de spelers in aanraking komen met deze ideeën, hoe beter deze opvattingen tot uiting komen op het veld.

De kwaliteit, of voetbalintelligentie, van de spelers kan dit adoptieproces versnellen. Voor ploegen als Liverpool en Manchester City is counterpressing een routine geworden, waar Arsenal door een verscheidenheid aan redenen dit aspect nog niet optimaal onder de knie heeft. Emery heeft Arsenal nog niet eens één volledig seizoen onder zijn hoede, waar Guardiola in zijn derde seizoen bij Manchester City zit en Klopp bezig is met zijn vierde seizoen bij Liverpool.

2. In welke mate zet een team gegenpressing in, zowel in het aantal spelers dat druk zet op de speler met de bal als in de duur van een counterpressingfase? Zo zetten teams als Atletico Madrid en Borussia Dortmund bij balverlies met enkele spelers agressief druk op de tegenstander, maar staken deze poging als na een paar seconden de bal niet terugveroverd is. Vervolgens zakken deze ploegen ver terug op eigen helft en vormen een collectief en verdedigend blok.

3. Wat wil een trainer met counterpressing bereiken? Guardiola bijvoorbeeld wil met gegenpressing (i) voorkomen dat de tegenstander een counteraanval inzet, (ii) de aanvallende positionering van zijn spelers op het veld intact houden en (iii) de bal terug in bezit krijgen en hiermee het spel controleren. Klopp daarentegen ziet counterpressing als middel voor eveneens het veroveren van de bal en als voorwaarde voor het zo snel mogelijk onder vuur nemen van het vijandelijke doel (Marić, 2015).

Dergelijke details binnen alleen al één facet (!) van het voetbalspel zorgen ervoor dat er verschillende speelstijlen ontstaan.  

Performance indicators 

Performance indicators kunnen als graadmeter fungeren om te bepalen of een team of speler presteert naar de ideeën van een trainer, of tegenwoordig zelfs van een scout. Toekomstige aanwinsten moeten immers wel passen in de speelstijl van een team. Een performance indicator omschrijft aspecten van een sportprestatie en geeft aan of een prestatie of uitkomst van een sporthandeling succesvol was of niet (Hughes & Bartlett, 2012).  

Het meten van prestaties aan de hand van performance indicators, en het gebruiken en interpreteren van deze statistieken binnen voetbal wordt steeds belangrijker (Van der Heide, 2017). In de voetbalwereld is de concurrentie tussen clubs moordend en de hoeveelheid geld in omloop astronomisch. Elk ‘middel’ wordt aangegrepen om dat beetje voordeel te boeken ten opzichte van de rivalen.

Dat is goed mogelijk: door de technologie van tegenwoordig is het voetbalspel steeds beter in cijfers te vangen, zoals de locatie van een schot op het veld of sprintsnelheid van een speler (Hewitt et al., 2016).

Simpele voorbeelden van een sporthandeling zijn een pass, doelpoging of tackle op de bal. Deze handelingen hebben in het voetbal altijd betrekking op spelers- en balbewegingen en spelersinteracties (Hewitt et al., 2016). Dat laatste is logisch: speler ‘X’ geeft bijvoorbeeld een pass naar speler ‘Y’, waarbij de bal zich verplaatst van de ene plek naar de andere plaats op het veld. Wanneer de bal in de voeten van speler ‘Y’ eindigt, was deze handeling succesvol. 

Terugkerende patronen

Eén van de pijlers van speelstijl is het terugkerend patroon. Dat zorgt ervoor dat de statistieken die een speelstijl weerspiegelen relatief gelijk blijven (Hewitt et al., 2016; Lago-Peñas et al., 2018). Team ‘X’ zal bijvoorbeeld over een heel seizoen per wedstrijd ongeveer evenveel balbezit hebben, passes geven en tot doelpogingen komen uit open spel. Er is echter nog geen gedegen onderzoek verricht naar de invloeden van contextuele en situationele factoren (lees: thuis- of uitwedstrijd, tussenstand, kwaliteit van de tegenstander of formatie) op speelstijlen (Fernandez-Navarro et al., 2016; Lago-Peñas et al., 2018). De meest bekende en simplistische vorm van performance indicators zijn de wedstrijd-, team- en spelersstatistieken die veelal terugkomen in de media. Wedstrijdstatistieken (figuur 3) kunnen ook misleidend zijn, zoals te lezen in dit artikel

Valkuilen bij analyse

Neem nu het percentage balbezit van een team. Ajax had in de uitwedstrijd tegen PSV (seizoen 2018/2019, 23 september 2018, eindstand 3-0, red.) maar liefst 66 procent balbezit. Enkel kijkend naar deze statistiek doet vermoeden dat de Amsterdammers in het Philips Stadion de wedstrijd domineerden en gevaarlijker en beter waren dan de Eindhovenaren. PSV liet Ajax de bal rondtikken zonder echt in gevaar te komen, en had een game plan door in de omschakeling van verdediging naar aanval direct Luuk de Jong op te zoeken. Die verlegde vervolgens het spel veelvuldig naar zijn snelle mede-aanvallers Steven Bergwijn en Hirving Lozano.
Het resultaat: een indrukwekkende en welverdiende overwinning.

Wedstrijdstatistieken PSV-Ajax
Figuur 3. Statistieken van de wedstrijd PSV – Ajax (seizoen 2018/2019, 23 september 2018, eindstand 3-0, red.).  Visual: Laura Zonnenberg.

Een andere noemenswaardige statistiek is het percentage aan succesvolle passes gegeven door een speler. De PSV’ers Trent Sainsbury en Michal Sadílek kennen in de Nederlandse Eredivisie dit seizoen de hoogste succesvolle passing rate van respectievelijk 97,37 en 95,58 procent. Een gemiddelde volger van de Nederlandse voetbalcompetitie weet dat deze cijfers weinig zinvols aangeven; de Australische verdediger speelde in drie wedstrijden in totaal 225 minuten, de Tsjechische middenvelder in vier wedstrijden 184 minuten.  

In het kader van speelstijl dienen dergelijke statistieken met voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. Een grotere sample size, met andere woorden data uit meerdere wedstrijden, is een voorwaarde om te spreken over een terugkerend patroon en het toeval uit te sluiten. Even zo belangrijk is de context. Geven de spelers ‘veilige’ achterwaartse of zijwaartse passes, of juist voorwaartse passes die over het algemeen meer risico met zich meebrengen? Krijgen de spelers tijd om hun passes te verzorgen, of staan ze continue onder druk van de tegenstander? Speelt de passing zich af bij de opbouw van achteruit, of juist in de beslissende fase van het spel in de buurt van het vijandelijk doelgebied? Deze, en nog veel meer andere vragen, zijn belangrijk bij de metingen van performance indicators die een speelstijl reflecteren.

Conclusie 

De term speelstijl wordt te pas en te onpas gebruikt binnen de voetballerij. De media, analisten, fans en zelfs hoofdrolspelers binnen het voetbal zoals trainers en spelers maken zich hier allen schuldig aan, zonder te weten wat dit concept exact betekent. Wetenschap probeert orde en duidelijkheid te scheppen in de conservatieve voetbalwereld. Onder andere door over deze wetenschappelijke inzichten te schrijven ontstaat er een beter begrip van speelstijl bij het grotere publiek. 

Een speelstijl is niet zomaar geboren. Enkele essentiële ingrediënten in de totstandkoming zijn duidelijke spelopvattingen van een trainer, trainbare oefenvormen voor de spelers van deze opvattingen, een lange termijn aanpak en dus tijd, en monitoring van de voortgang van het speelstijlproces met behulp van relevante performance indicators in de vorm van statistieken. Het negeren van dat laatste is in de huidige tijd voor professionele voetbalorganisaties ondenkbaar. Coaches als Diego Simeone, Klopp en Guardiola bewijzen al jarenlang dat zij hun ideeën kunnen overbrengen op hun spelers en zijn in staat een herkenbare speelstijl te creëren. Van Bommel lijkt bij PSV, ondanks zijn eerste seizoen op het hoogste niveau en de tegenvallende resultaten van de laatste weken, hier ook in te slagen.

Binnenkort het tweede deel van deze reeks: wat is de speelstijl van PSV onder Van Bommel? En hoe verhoudt deze speelstijl zich ten opzichte van de ideeën van zijn voorganger Cocu? 

Bronnen 

Fernandez-Navarro, J., Fradua, L., Zubillaga, A., Ford, P.R. & McRobert, A.P. (2016) Attacking and defensive styles of play in soccer: analysis
of Spanish and English elite teams. Journal of Sports Sciences, 34:24, 2195-2204. DOI: 10.1080/02640414.2016.1169309  

Fox Sports (2018, 27 januari). Verbeek: “het is natuurlijk schijtbakkenvoetbal van psv”. Geraadpleegd van https://www.foxsports.nl/video/2091105/verbeek-het-natuurlijk-scheidbakke-voetbal-van-psv/ 

Hughes, M. & Bartlett, R. (2002). The use of performance indicators in performance analysis. Journal of sports sciences, 20, 739-54. DOI: 10.1080/026404102320675602 

Lago-Peñas, C., Gómez-Ruano, M. & Yang, G. (2018). Styles of play in professional soccer: an approach of the Chinese Soccer Super League. International Journal of Performance Analysis in Sport, 17:6, 1073-1084. DOI: 10.1080/24748668.2018.1431857  

Marić, R. (2015, 16 oktober). Differences between Sacchi’s, Klopp’s and Guardiola’s Counterpressing Concepts. 
Perarnau Magazine. Geraadpleegd van  https://www.martiperarnau.com/differences-between-sacchis-klopps-and-guardiolas-counterpressing-concepts/ 

NOS (2017, 3 december). De speelstijl van PSV is misschien een beetje Duits. Geraadpleegd van https://nos.nl/artikel/2205717-de-speelstijl-van-psv-is-misschien-een-beetje-duits.html 

Van der Heide, M. (2017). Opkomst van data. De VoetbalTrainer. Geraadpleegd van https://www.voetbaltrainer.nl/wp-content/uploads/sites/5/2017/10/Data.pdf 

Wijffels, M. (2018, 28 juni). Van Bommel eist meteen hoge intensiteit bij PSV. Het Algemeen Dagblad. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/nederlands-voetbal/van-bommel-eist-meteen-hoge-intensiteit-bij-psv~a15d520d/ 

Wilson, J. (2012, 15 november). The Question: why are more goals being scored? The Guardian. Geraadpleegd van https://www.theguardian.com/sport/blog/2012/nov/15/why-more-goals-scored-football  

Zwart, P. (2017, 3 mei). Zo introduceerde Peter Bosz zijn speelwijze bij Ajax. 
Voetbal International. Geraadpleegd van https://www.vi.nl/pro/analyse/zo-introduceerde-peter-bosz-zijn-speelwijze-bij-ajax 

Notitie: de gebruikte uitspraken van Pasveer komen uit een uitgave van Voetbal International. Het jaar- en editienummer ontbreekt bij ons. 

Over de auteur

Yasin Tunçbilek