Zoeken naar identiteit: wat betekent het om voetbalfan te zijn?

Z

Bij het doorbladeren van foto’s uit mijn jeugd valt één ding direct op: je ziet overal voetbal. Op tweejarige leeftijd in het oranje tijdens het WK 1990; breed lachend naast jeugdidool Patrick Kluivert. Supporterschap is voor veel voetbalvolgers vanzelfsprekend. Soms vraag je je af waarom. Wat bezielt Ajax-fans om hun leven in de waagschaal te stellen door naar Athene te reizen? Hoe en waarom wordt iemand voetbalfan? Hoe vormt dat supporterschap je identiteit?

EEN JEUGD VOL VOETBAL

Bij menig voetbalfan is het voetbal er met de paplepel ingegoten. Hoe beïnvloedt dit de identiteit van die jonge jongens en meisjes? Deze vraag stelt filosofe en oud-profvoetbalster Martine Prange in een Volkskrant-recensie van het sportfilosofische boek De regels van het spel – Wat sport ons kan leren over filosofie. Een interessante vraag voor mij, om eerlijk te zijn. Ik kan me niet herinneren ooit zonder voetbal geleefd te hebben.

Weekenden in mijn jeugd stonden in het teken van eigen wedstrijden en voetbal kijken op televisie. In een latere fase kwam daar kroeghangen bij, maar om eerlijk te zijn, de helft van de gesprekken in die kroeg ging over voetbal. Afgelopen week zag ik Martijn, mijn mede-hoofdredacteur van Incognitief, weer. We hadden elkaar een jaar niet gezien. Bij thuiskomst vroeg mijn vriendin hoe het met hem ging. Ik moest haar het antwoord enigszins schuldig blijven. We hadden het 95% van de tijd over voetbal gehad. Blijkbaar is het voor ons belangrijker om de voor- en nadelen van Noussaïr Mazraoui op rechtsback te bespreken dan elkaar te bevragen over relaties en werk.

Het hoofdschudden van mijn vriendin deed me nog niet eens zoveel. Ik bedoel: zij zit halve avonden vlogs van Nienke Plas en Monica Geuze te bekijken, kom nou. Toch knaagt het nu al een tijdje. Waarom ben ik zo bezeten van voetbal? Moet ik mijn tijd niet wat nuttiger besteden? Mijn (niet-voetbalgerelateerde) werk voer ik vrij aardig uit. Ik houd me ook met tal van andere zaken bezig, maar ik doe ook urenlang transferonderzoek op transfermarkt.de. Nog erger: ik houd, maniakaal en live, lijstjes bij van Europese topscorers.

JE IDENTITEIT IN VIJF WOORDEN

Verder nadenkend gingen mijn gedachten terug naar een autorit met goede vriend Paul. We kwamen (natuurlijk) terug van een opname van Podje Voetbal, onze voetbalpodcast. Hoewel we allebei bezeten van voetbal zijn, gaan onze gesprekken ook over andere zaken. Paul dacht er destijds over het voetbal wat meer links te laten liggen. Terwijl ik hem verbaasd aanstaarde, legde hij uit waarom. Als iemand hem in vijf woorden moest definiëren, zei hij, zat daar waarschijnlijk het woord PSV tussen, maar sowieso het woord voetbal. Dat wilde hij absoluut niet. Zo belangrijk was voetbal nu ook weer niet.

Die opmerking trof me. Niet alleen was bij mij hetzelfde aan de hand (vervang PSV door Ajax, maar soit), ik deed er zelf loeihard aan mee. Mijn twitterprofiel is alleen maar openbaar, zodat ik voetbalstukjes als deze onder de aandacht kan brengen. Voor mijn daadwerkelijke baan, docent op een middelbare school, is het helemaal niet handig, zo’n openbaar profiel.

Mijn voorlaatste profielfoto was Paul Pogba, dabbend met de wereldbeker. 80% van mijn tweets gaat over voetbal. Ik volg 100 mensen, waarvan je er veilig 90-95 tot voetbaltwitter kunt rekenen. Kan ik die tijd niet wat beter in mijn Italiaans steken (die paar minuten Duolingo per dag schieten nog niet echt op)? Of in wat extra Doeldenkers-stukken? Nog wat extra boeken lezen, want met die dertig per jaar houd ik echt niet het gecombineerde leestempo van mijn 120 leerlingen bij? Misschien wat management-cursussen, om eventueel ooit het klaslokaal te ontvluchten?

IDENTITEIT: WAT IS DAT EIGENLIJK?

In 2008 verscheen ‘Ajax isn’t Ajax anymore: on power, rhetoric and identity’ van Ruud Stokvis. In dit essay onderzoekt Stokvis de (vermeende) clubidentiteit van Ajax. Het is een interessant essay om verschillende redenen. Voor dit stuk is het vooral belangrijk hoe Stokvis identiteit definieert, zeker in combinatie met sport:

[…] The competitive relations in the sport arena create and strengthen involvement and identification with the teams, athletes or players with whom supporters feel most connected. They define athletes and teams as the representatives of their local, regional, national or continental units. […] People are easily able to change their identification with one group or category to another in the field of sport as well as in other areas of social life.

Door het competitie-element ontstaat identificatie: als toeschouwer is het heel natuurlijk om een voorkeur te hebben voor een partij, waarmee je je dan identificeert. Deze identiteit ligt niet per se vast, maar kan verschuiven. Ik gun Fortuna Sittard doorgaans altijd een overwinning door mijn innige vriendschap met een van hun werknemers. Als ze echter tegen mijn club Ajax spelen, vervalt deze sympathie. Identiteit is vooral een sociaal-maatschappelijk ding: het is niet tastbaar, maar een resultaat van sociale interacties. Stokvis gaat hier verder op in:

[…] Identities are a result of social definition. […], as a social definition, identity is a reality that may influence the acts of the persons concerned. In this regard, the social effects of definitions of identity can be rephrased in terms of the well-known Thomas-theorem: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences’.

Die laatste zin over het Thomas-theorem (als “echt” gedefinieerde situaties hebben ook “echte” consequenties) is cruciaal voor het belang dat je aan voetbal hecht als supporter. “Het is maar een spelletje” is daarom zo’n dodelijke zin. Als je voor jezelf de situatie (in dit geval een voetbalwedstrijd) als echt en belangrijk stelt, zullen de consequenties (winst en verlies) ook als echt en belangrijk aanvoelen. En dus niet als een spelletje, tante Ria.

We kunnen dus vaststellen dat houden van voetbal een keuze is, die gestimuleerd kan worden door je sociale omgeving. Een volgende vraag is: wanneer ben je een voetbalvolger en wanneer een echte supporter?

SUCCESSUPPORTER OF DIE HARD

Markus Rühl onderzoekt in 2010 de drijfveren van fans om zich te identificeren met een club. In Fan Identity and identification drivers – Stoking the flames of the phoenix maakt hij in de inleiding al een belangrijk voorbehoud. Iedere fan is anders. Er zijn voetbalvolgers die de sport zelf interessant vinden, maar zich niet identificeren met een enkele club of land. Anderzijds kennen we allemaal de mensen die geen interesse in de sport voetbal hebben, maar vooraan staan als de gezichten oranje worden geschminkt bij een WK-wedstrijd van Nederland. 

De grootste groep voetbalvolgers heeft echter een clubvoorkeur. Dat kan uiteenlopen van een lichte sympathie tot een diepgewortelde vereenzelviging met de club. Je kunt, zoals mijn opa van moederskant, lichtjes glimlachen als Feyenoord wint. Aan de andere kant van het spectrum zit bijvoorbeeld mijn oom. Die lange tijd niets at voor de wedstrijd en direct naar bed ging als Ajax verloor. Ook al was het een 12.30-wedstrijd op zondag. Die ooit een cadeau, ik geloof een koffiemachine, terugbracht, want ja, het was een Philips-machine.

Ikzelf zit grofweg in het midden. Ik heb een duidelijke clubvoorkeur. Ook hoop ik ieder weekend dat de rivalen punten laten liggen (het is een zwaar half jaar). De tijd dat ik mezelf negatief liet beïnvloeden door voetbaluitslagen ligt gelukkig grotendeels achter me. Ik haal tegenwoordig vooral positieve gevoelens uit het voetbal. Blijdschap en andere gelukzalige gevoelens als het goed gaat of als ik een mooie wedstrijd zie, geen (langdurig) verdriet/boosheid als het niet lukt. Dat zal aanleiding voor sommigen te zijn om me een successupporter te noemen. So be it.

(Dit is overigens ook een van de vele redenen waarom ik Neutrale Kijkers, de podcast van Yordi Yamali en Peter Buurman, zo waardeer. Naast de aanstekelijke chemie tussen beide hosts is er onmiskenbaar herkenning. Het is een zoektocht naar het neutrale kijken. Hoe houd je voetbal leuk voor jezelf?)

FAN, FOLLOWER OF FLANEUR

In het hele palet aan voetbalkijkers onderscheidt Richard Guilianotti vier groepen: Supporters, Followers, Fans, and Flaneurs. In zijn gelijknamige essay uit 2002 gebruikt hij hiervoor twee schalen. De eerste schaal meet de mate van betrokkenheid, met aan de ene kant “cool” (afstandelijk, “teletekstsupporter”) en aan de andere kant “hot” (erg betrokken, je bent één met de club). De tweede schaal meet de houding: van traditioneel (lokale, cultureel betrokken fans) tot consument (geen noodzakelijke directe betrokkenheid).

De supporter is hot en traditional: de klassieke fan. Hij (overal waar “hij” staat, kun je ook “zij” invullen!) heeft een langdurige band met de club. Deze band is vaak geworteld in de lokale en/of familiaire traditie. Hij is persoonlijk en emotioneel betrokken. Vaak gaat deze supporter ook een verdergaande verbintenis aan. Hij wordt lid van een supportersvereniging en bezoekt de club. Geregeld koopt de supporter ook merchandise: shirts, vlaggetjes, noem maar op. Daarnaast voelt hij zich ook verbonden met dingen als het stadion, de jeugdafdeling en de stad of regio waartoe de club behoort. De club staat wel centraal: individuen zijn passanten.

Zelfs bij menige begrafenis van supporters zal de club een belangrijke rol spelen. Op de begrafenis van mijn opa werd een liedje van Roda JC gedraaid. Toen ik jong was, overleed een vakantievriendje na getroffen te zijn door een blikseminslag. Hij werd begraven met een Feyenoord-vlag over zijn kist. Bij supporters is de band met de club er altijd: in leven én in de dood.

De follower is cool en traditional. Hij verbindt zijn emotionele lot niet aan de club, maar volgt van een afstandje. Er zijn verschillende typen followers. De één volgt de club in deze mate omdat de clubidentiteit aanspreekt. De beruchte twitteraccounts die talenten hypen zullen Ajax, River Plate en Anderlecht volgen etcetera. De ander volgt clubs, omdat ze lijken op zijn eigen. Supporters van een volksclub waarderen ook andere volksclubs. De club sluit aan bij de interesses van de voetbalvolger (en vice versa), maar de admiratie is niet groot genoeg om bij de supporter-categorie te horen.

De fan is hot en consumer: modern football tot en met. De fan voelt zich erg betrokken tot de club, maar krijgt daar minder voor terug dan de supporter, omdat de lokale of culturele banden met de club minder groot zijn. Waar de supporter de club tot het bittere eind zal steunen, zal de fan ook negatieve sentimenten bij de club hebben. Ze zijn eigenlijk fan geworden door de sterspelers (Cruijff bij Barcelona, in recente tijden Cristiano Ronaldo bij Real Madrid en nu Juventus) en hebben van daaruit hun fascinatie ontwikkeld.

Tenslotte is er de meest afstandelijke volger, met onbetwist de fijnste naam: de flaneur. Deze is cool en consumer. Een typische flaneur is vrij flexibel in clubvoorkeur. Interessante trainers en spelers kunnen de voorkeur per (fase van) seizoen doen veranderen. De neutrale kijker is een flaneur, maar ook de voormalige supporter/fan/follower die telkens minder binding met zijn primaire club krijgt.

In een tribalistische sport als het voetbal is het niet meer dan logisch dat drie van de vier typen volgers één primaire club hebben. Je hebt nu als lezer vast kunnen stellen of je een flaneur of fan bent, maar er rest nog een vraag: op welke basis kies je wel of niet die primaire club?

Support Your locals… of juist niet?

In de vierdeling van Giulianotti zien we al wat mogelijke redenen om een specifieke club te gaan volgen. De eerdergenoemde Markus Rühl definieert in zijn dissertatie zestien verschillende motieven om je identiteit aan die van een club te verbinden. Hij verdeelt deze in vier redelijk logische categorieën.

De meest vanzelfsprekende reden: je wordt fan van de club uit je stad of regio (support your locals!). Nabijheid is cruciaal bij identificatie en fysieke afstand is daar natuurlijk een onderdeel van. Je gaat als kind met een familielid mee naar het stadion en je verbinding met de club groeit. Het stadion gaat vertrouwd aanvoelen. Jeugdspelers komen uit dezelfde regio als jij. Op school, werk en sociale bijeenkomsten deel je een clubvoorkeur met regiogenoten. Je eigen accent of dialect komt overeen met dat van de stadionspeaker. De supporter uit Giulianotti’s vierdeling past vlekkeloos hierbij.

Toch verklaart dit niet waarom ik als Zuid-Limburger Ajax-supporter ben geworden. Of waarom ik in Nijmegen woonachtig ben, maar geen warm gevoel bij NEC krijg. Daar zijn andere motieven bij komen kijken. Een van die factoren is sociale affiliatie. Doordat iemand die belangrijk voor je is zichzelf aan een club verbindt, doe je dat zelf ook. In mijn geval waren veel van mijn jeugdvrienden en familieleden voor Ajax. Daardoor liet ik zelf Roda JC links liggen. Ik groeide naar Ajax toe (godzijdank, gezien de huidige staat van beide clubs).

Het werkt ook de andere kant op. Waar ik vroeger echt schadenfreude had als PSV of Feyenoord een vreselijk seizoen draaide, zou ik nu aan die ene werknemer denken die ik een warm hart toedraag. Ook hier kan de supporter van Giulianotti een rol spelen, maar ook fans en followers gebruiken deze reden.

succes en identiteit

Factor drie, die onmiskenbaar een rol speelde voor 1994-Ricardo, is succes. Als een club wint, met mooi voetbal (wat dat ook moge zijn voor jou als fan), trekt dat mensen aan. In mijn vormende jaren was Ajax een van de best presterende clubs van Europa en combineerde het team van Van Gaal dat met revolutionair voetbal. Succes is voor Giulianotti’s supporter weinig belangrijk. Voor fans, followers en zeker flaneurs speelt succes een grote rol in (al dan niet tijdelijke) clubkeuze.

Hieraan verbonden, vooral meespelend op een rationeler niveau dan bij de oerfan, is identificatie met clubidentiteit. Dit is een lastige. Het heeft niet te maken met eenvoudige zaken als kampioenschappen, woonplaatsen en voorkeuren van anderen. Het vergt een duidelijke visie van zowel fan als club. Een voorbeeld is Sankt Pauli, een Hamburgse club met onooglijke shirts, die een enorme grote groep sympathisanten hebben op basis van het (extreem-)linkse gedachtegoed dat club en supporters uitdragen.

Ook een voorkeur voor een individuele speler of trainer die naar een andere club verhuist, kan je identificatie met die nieuwe club doen vergroten. Als je een enorm zwak voor Louis van Gaal hebt, juich je voor Manchester United als hij daar traint. Als diezelfde club later José Mourinho aanstelt, kan die identificatie weer verdwijnen. Sterker nog: het eventuele negatieve gevoel bij die nieuwe trainer kan ervoor zorgen dat je ook negatieve gevoelens bij de club krijgt.

De rol van globalisatie

Een verblijf in het buitenland kan ook, kortstondig of langdurig, fangevoelens aanwakkeren. In vwo 4 ging ik twee weken op uitwisseling naar Catania, een stad op Sicilië. Dat is inmiddels veertien jaar geleden. Nog steeds check ik ieder weekend de uitslagen. Ook al speelt Catania Calcio inmiddels in de Serie C, het derde niveau van Italië. Nadat ik afgelopen oktober in Bilbao was, is mijn sympathie voor Athletic Bilbao ontzettend gegroeid.

Deze laatste redenen passen goed bij de flaneurs, maar ook followers en fans kunnen ze als (sub)reden gebruiken om zichzelf te verbinden aan een club. Over een langere periode kan een ontwaakte vlam voor een buitenlandse club zich ontwikkelen tot een steady haardvuur.

Zolang de voetbalwereld of de maatschappij verandert, zullen ook redenen voor identificatie veranderen. Gamers stoppen uren, dagen, jaren van hun tijd in fictieve carrières met buitenlandse clubs. Hierdoor ontwikkelen ze vaak affiniteit voor die clubs. Ga eens een uurtje op een hometrainer zitten in een willekeurige sportschool. Een parade aan shirts en trainingspakken van internationale topclubs trekt voorbij. Vooral Real Madrid, FC Barcelona, Manchester City, FC Bayern München en Paris Saint-Germain zijn goed vertegenwoordigd. Loop op dinsdagavond het terrein van een amateurclub op en je zult, zeker bij jongere jeugdteams, hetzelfde beeld zien.

Natuurlijk is dit identificatie op een ander niveau dan het “ride or die” dat “échte” supporters representeert. Deze mensen maken de keuze om, in een publieke ruimte, een club te vertegenwoordigen door kleding van de betreffende club te dragen. Het achtjarige jochie dat altijd in een Real Madrid-pakkie loopt zal heus geen seizoenskaart in Bernabéu nemen, maar wellicht wél fan op afstand blijven.

Het veranderde medialandschap zorgt er ook voor dat er tegenwoordig nauwelijks verschil in toegang is tussen buitenlandse en Nederlandse clubs. De taalbarrière kan een negatief effect hebben. Verder is er geen bezwaar. Zeker grote Spaanse en Engelse clubs zijn net zo vaak op televisie als Ajax en PSV. Via sociale media volg je alle ontwikkelingen van die clubs op de voet. 

De traditionele factoren lijken steeds minder belangrijk te worden. Fysieke nabijheid is alleen nog cruciaal voor wedstrijdbezoek. Zelfs in dat opzicht wordt de wereld kleiner en kleiner. Met Ryanair reis je voor hetzelfde geld naar Barcelona als een treinreiziger vanuit de provincie naar zijn club in de Randstad. Vroeger nam je qua sociale affiliatie de club van je beste vriendje of een van je ouders. Nu ben je twee muisklikken verwijderd van honderden gelijken met wie je een dergelijke band in no time kunt opbouwen.

VAN FAN NAAR FLANEUR

De invulling van het supporterschap is minder eenvoudig dan een eeuw geleden, toen “support your locals” bijna de enige manier van voetbal volgen was. Zelf begon ik als een supporter-type voetbal te volgen. Ik merk echter dat ik mezelf steeds meer in de categorie follower vind vallen.

Of ik ooit een flaneur ga worden, kan ik niet zeggen. Voetbal blijft een belangrijk onderdeel van mijn leven. Hoe groot mijn afkeer voor tribalisme ook is, écht neutraal kijken blijft lastig voor me. Gedurende het schrijfproces van dit artikel heb ik daar vrede mee gekregen. Je moet je identiteit ergens aan verbinden. In tijden waarin opportunisme regeert in de politiek en banen en huwelijken niet meer zomaar een leven lang duren, is een lange verbintenis met een voetbalclub nog niet eens zo’n gek idee.

BRONNEN

Giulianotti, R (2002). “Supporters, followers, fans, and flaneurs: A taxonomy of spectator identities in football.” In: Journal of Sport and Social Issues, 26: 25

Prange, M. (2018). “Filosofie en sport gaan prima samen bij David Papineau”. In: De Volkskrant, 31 augustus 2018. Geraadpleegd via: https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/filosofie-en-sport-gaan-prima-samen-bij-david-papineau-drie-sterren-~bc412ed9/

Rühl, M (2010). “Fan Identity and identification drivers – Stoking the flames of the phoenix”. Geraadpleegd via https://researcharchive.vuw.ac.nz/xmlui/bitstream/handle/10063/1887/thesis.pdf?sequence=1

Stokvis, R. (2008). “Ajax isn’t Ajax anymore: on power, rhetoric and identity.” In: Soccer & Society, 9:4, 497-508.

Over de auteur

Ricardo Walinski